Paul Hendriksen: ‘Sociale Duurzaamheid – Wat kunnen we leren van de natuur?’

Vanavond sprak de man die zaterdag met stip binnen kwam in de Duurzame Top 100 van dagblad Trouw, Paul Hendriksen, in Leiden tijdens het Groene IDeeCafe dat werd georganiseerd door de Leidse IDeeWinkel en IVN Zuid-Holland. Hendriksen haalde het concept Transition Towns naar Nederland, inmiddels zijn er 85 groepen actief. Zijn verhaal droeg de titel: ‘Sociale duurzaamheid – Wat kunnen we leren van de natuur.’

Veerkracht in de natuur – hoe veerkrachtig is het netwerk van de natuur en wat gebeurt er als er onderdelen wegvallen?

We vergeten weleens voor het gemak dat we onderdeel zijn van de natuur. Je hebt mensen, dieren en planten – maar eigenlijk is er geen verschil tussen mens en dier > ‘Mensen en andere dieren’. Mensen zijn net andere dieren. Onze samenleving is niets anders dan een ecosysteem dat wij cultuur noemen.

Kernbegrippen uit de ecologie:

  • Diversiteit – Hoe diverser een samenleving, hoe rijker. Kruisbestuiving geschiedt bij gratie van diversiteit.
  • Modulariteit – Omdat er zoveel soorten zijn, zijn er ook veel soorten die elkaar kunnen vervangen in tijden van nood. Belangrijk principe dat de veerkracht in stand houdt.
  • Terugkoppeling – Het ene effect heeft een effect op het volgende. Soms is een effect temperend, soms is het versterkend waardoor een systeem los gaat en op zoek gaat naar een nieuwe balans. Vergelijk het met een duikelpoppetje.

Dit alles zorgt voor veerkracht. In Transition Towns wordt de veerkracht weer opgebouwd.

Plaatje van een paard: Hoe is de veerkracht uit onze samenleving verdwenen door 1 uitvinding? Het paard was goed voor allerlei soorten beroepen. Toen kwam de auto en het netwerk waar de samenleving op dreef verdween. Een paard heeft nu niet echt een functie meer.

Hoe veerkrachtig is Leiden? Alle steden waren omgeven door platteland. Ook in de steden was heel veel groen te vinden. Alle huizenblokken hadden groene binnenerven. In tijden van belegering moest een stad in z’n voedsel kunnen voorzien. Dat hield men even vol vanwege het groen in de binnenstad. Nu komt al het voedsel van buiten. Er was allerlei bedrijvigheid in de steden, er was veel diversiteit aan beroepsgroepen – veel lokaler dan tegenwoordig. Allerlei beroepen zijn er nu niet meer.

Tegenwoordig komt het allemaal uit China en is het van plastic, toen was het werk dat lokaal gebeurde. Strontschepper en schillenboer waren nodig om de straten schoon te houden. Er waren ook veel huis-aan-huis verkopers. Je ziet de terugkoppeling gelijk terug: de ondernemer kreeg directe feedback van zijn klanten. Als de melk zuur is dan hoorde je het gelijk.

Voor ieder product was er een andere winkel. Talloze producten. Binnensteden hadden een enorme diversiteit aan kleine buurtwinkeltjes. Je ziet het nu nog vaak terug in de gevels. Begin vorige eeuw werd de supermarkt uitgevonden, daar was opeens alles te krijgen – was heel makkelijk, en dat heeft zich verder uitgebreid tot wat we nu hebben. De diversiteit wordt aangetast en het systeem valt uiteen.

Dit gaat voort en voort en resulteert uiteindelijk in enorme transportbewegingen die nodig zijn om 1 product in een schap in een stad te krijgen. 8.000 vrachtwagenkilometers zijn nodig om een bakje aardbeien in Stuttgart te krijgen. Hoe kan het anders? Het enige dat je nodig hebt is een bakje yoghurt (ook in Leiden zijn er een aantal zuiverboerderijen) en aardbeien (waar groeien die ook alweer?). Zo simpel is het.

Waarom zijn we bewust die veerkracht aan het kapot maken? Dat komt door luiheid, oftewel olie. We hebben het zo makkelijk deze dagen. Olie wordt gewonnen sinds eind van de 19e eeuw, we zijn nu dus zo’n 150 jaar bezig. We kunnen er alles mee. Dankzij olie kunnen we al die transportkilometers maken.

We kijken naar het gebouw waar we zijn. Waar is geen olie aan te pas gekomen? Het hout (gezaagd en getransporteerd), Zelfs wijzelf staan bol van de olie. In het Westerse eetpatroon staat tegen elke kalorie die we innemen 10 kalorieen die nodig zijn voor het produceren van het voedsel. Olie komt overal aan te pas. En al die dingen hebben we gecreerd, en alles is normaal. Het heeft de veerkracht afgebroken en het heeft ons veel gebracht.

En toch zullen we zonder moeten. Dit komt omdat de goedkope olie bijna op is. De meeste analisten zijn het erover eens dat dat nu zo ongeveer is. De prijzen zijn nu al zo structureel hoger dan 10/20 jaar geleden. Het wordt interessant om de teerzanden in Canada te exploiteren, enorm duur, enorm schadelijk – maar het is commercieel interessant. Geeft aan dat het tijdperk van goedkope, makkelijke olie voorbij is.

Overstappen op duurzame energiebronnen is niet mogelijk, aanbod is een druppel op de gloeiende plaat. We denken dat we duurzame producten kopen, maar het biologische theezakje zit in een enorm web van relaties. Alle gebruiksproducten hebben een web van relaties om zich heen. Ze hebben een productie- & een afvalfase. Zolang we niet in systemen leren denken, blijven we op zoek naar oplossingen die geen oplossingen zijn. Oud denken.

Hoe buigen we het oude denken om tot het nieuwe denken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we niet meer zo afhankelijk zijn van olie? En dat we de klimaatverandering veroorzakende grondstoffen laten waar ze zijn?

Kunnen we ook een goede samenleving krijgen op een andere manier? De huidige samenleving hebben we in 150 jaar opgebouwd met heel veel creativiteit. Dan kunnen we ook een nieuwe samenleving opbouwen. Lees het Transition Town handboek eens. In Nederland zijn nu 85 initiatieven. Wereldwijd zijn het er duizenden. Ze wachten niet op de overheid of op het bedrijfsleven. Die mensen gaan gewoon aan de slag.

Met Hoofd/Hart/Handen. Ze raken aan creativiteit en enthousiasme, maar ook aan angst. En dan met de handen vervolgens aan de slag:

    • Inclusiviteit – een belangrijk principe. Iedereen is welkom. Ieder onderdeel in de wilde natuur heeft ook z’n rol te spelen. Mooi uitgangsprincipe om ook in de lokale praktijk mee te werken.
    • Voedsel – Achilleshiel in onze samenleving. Hoe kun je ervoor zorgen dat je je stad weer kan voeden? Dat lukt niet met een plantsoen, maar een plantsoen geeft wel zichtbaarheid. Het gaat erom de boeren rondom Leiden weer te laten produceren voor Leiden in plaats van voor de wereldmarkt. Zet zo’n collectief op, dat geeft boeren ook zekerheid.
    • Psychologie – Aandacht voor de verslaving aan goedkope olie. Iedereen heeft dezelfde vraag, hoe gaan we het doen? Fijn om te weten dat je niet in je eentje aan de bar hangt.
    • Bewustmaken – Mensen laten zien wat er gaande is en wat je kunt doen.
    • Praktische resultaten – dingen neerzetten die nu al kunnen.
    • Visie – Met elkaar dromen. We zijn behoorlijk verarmd geraakt als het gaat om fantaseren over de toekomst. Het gaat altijd maar over science fiction. Die scenario’s zijn onhaalbaar of onmenselijk voor de korte termijn. Wat dan wel?
      Het gaat dus om ‘Bouwen aan lokale veerkracht’. Bouw aan de passies van mensen, iedereen heeft daar wel een deel in. Breng die mensen bij elkaar. En ga samen die droom dromen. Alle ‘Ja maars’ die blijven buiten – denk na over een toekomstbeeld

    zoals wij het graag willen, zoals je het door wilt geven. Vul het in detail in met elkaar. Soms op deelterreinen. En dan terugredeneren van het toekomstbeeld terug naar het hier en nu. Maak de tussenstapjes klein. Dan kan je gelijk beginnen in het hier en nu.

Hoe pakt dat uit? Allerlei thema’s komen aan bod (energie, samenleving & cultuur, educatie, bouwen & wonen, gezondheidszorg, etc.). Er zijn voor al die thema’s al praktische voorbeelden. Transition Towns zijn er nog niet zo lang (2006), maar er gebeurt al heel veel:

  • Lokale munten (versterkt lokale economie).
  • Lokale streekmarkten.
  • Gezondheidszorg (medicinale planten) kennis die verloren dreigt te gaan. Hoe kan je medische wetenschap olie-onafhankelijk maken?
  • Bouwen & wonen gaat over het toepassen van natuurlijke materialen.
  • Educatie, juist de jongste generaties zouden allerlei vaardigheden moeten leren die later van pas kunnen komen.
  • Afval – groot probleem, hoe maak je dat een economische bedrijvigheid (Repair Cafe’s). Wat als je al het plastic als lokale grondstof beschouwt?
  • Voedselvoorziening – kan dus ook in steden en dorpen, veel braakliggende terreinen (krijg je snel ter beschikking van de gemeente).
  • Collectieve inkoop van zonnepanelen.
  • Vervoer & transport – zaken lokaal maken, ook weer met de fiets bereikbaar. (Fietswrakken-inzamelaar, opleiding in sociale werkplaats worden het greencycles).
  • Ook kunstenaars zijn welkom voor de broodnodige creativiteit.
  • Oogstfeest, vier het feestje! Laat zien dat je aan de slag bent gegaan.

Vooral SAMEN. Het gaat steeds over het bij elkaar brengen van zoveel mogelijk mensen. Alleen kunnen we het niet verzinnen. Er zijn geen blauwdrukken van hoe het moet. Loop je door een stad, en je ziet allemaal projecten – wat kun je waar mee? Zoek mensen met wie je dat samen kan aanpakken.

Begin met het eind in gedachten. Durf te dromen en zet ‘m neer.

Voor Paul is dat zijn dochtertje die haar eerste maaltje van het land haalt. Dit moet normaal worden. Dat het normaal is dat we denken dat we maar 1 planeet hebben, die we delen met miljoenen andere levensvormen. Laten we ophouden met denken dat we allemaal apart zijn, dat we boven het systeem staan, maar laten we blij zijn dat we deel uitmaken van het web dat het leven is.

Het is niet zomaar een hobby. Passie! Motivatie van binnenuit is de basis.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s