Zin in zuurkool

In gesprek over afval en meer met VVD-Statenlid in Zuid-Holland, Marijke van Dobben de Bruijn door Rachelle Eerhart

“Je herkent me aan mijn grijze haren en mijn grijze suv.” zegt Marijke van Dobben de Bruijn als we telefonisch een afspraak maken om elkaar op Leiden Centraal te ontmoeten. In de auto vertelt ze dat ze geniet van het gemak en het comfort van de auto, zeker gezien haar wat haperende gewrichten. De koffie die ze voor me maakt komt uit de ‘George Clooney’-cupjes: “Gekregen! Maar erg makkelijk dat ik geen koffiedame hoef te spelen tijdens vergaderingen hier in huis”, zegt ze.

Toen ik hoorde dat de VVD-politica ‘afval’ een belangrijk thema vond en mij aanbood eens wat meer te vertellen over de afvalloze jaren ’50, ging ik natuurlijk op die uitnodiging in. Maar tegenover me zit geen dogmatisch consuminderaar. Wel iemand die goed nadenkt bij elke keuze die ze maakt als consument. Dat is ook het belangrijkste punt dat ze wil maken: gebruik je hersenen!

Ze vertelt over haar jeugd in de Alblasserwaard. Over hoe het huishouden en de omringende economie ingebed waren in het ritme van de seizoenen. De kleine burgemeesterswoning had een grote moestuin die het gezin het hele jaar door voorzag van groente en fruit. De groenten werden geweckt en er werd jam gemaakt: “Dat was zo lekker dat ik de jam bij mijn familie in de stad niet lustte.” Het wecken was een jaarlijks feest, iedereen hielp mee en er werden extra handjes ingehuurd. De kelder stond daarna vol met weckflessen. Al het composteerbare afval ging in een grote kuil achterin de tuin. Aan het eind van het jaar werden de niet vergane resten verbrand. Marijke kan zich niet herinneren voor haar 10e levensjaar ooit een vuilniswagen te hebben gezien.

Melk werd in een afsluitbare kan bij de boer gehaald. Suiker, koffie en thee waren verkrijgbaar in de dorpswinkel. Kant-en-klaar bestond niet. Moeders creativiteit toverde de simpele ingrediënten om in heerlijkheden. “We aten compleet anders,” vertelt Marijke. “Op het platteland slachtten de boeren in het najaar een varken of een koe. Dan kocht je vlees. Voordat slagers een koelhuis kregen werd vlees gerookt of gedroogd of er werd worst van gemaakt.”

“Het is gemakkelijk om afval te beperken als je even nadenkt over je inkopen. Wanneer je gedroogde bonen of erwten koopt, deze een nacht in het water laat weken zodat ze opzwellen en ze vervolgens kookt, levert dat gezonde en lekkere gerechten op. Erwtensoep is hiervan natuurlijk een goed voorbeeld. Op deze manier koken kost wel wat meer tijd dan kant-en-klaar, maar als je op zaterdag het weekmenu plant en boodschappen doet voor de hele week gaat het prima. Zo deed ik het ook toen ik een drukke baan en een gezin had.”

Ze vraagt zich af waarom mensen niet meer weten hoe je zelf appelmoes maakt. Als ik haar vertel dat ik eigenlijk appelmoes uit een pot al jeugdsentiment vind, geeft dat het verschil treffend aan. Marijke leerde als klein meisje alles over de natuur van de tuinman, een oude boer die zijn boerderij aan z’n zoon had overgedaan en als tuinman wat bijverdiende. “De man had misschien slechts een woordenschat van 600 woorden, maar hij leerde me wel hoe je een rups kan laten ontpoppen tot een vlinder. Het leven was een grote ontdekkingsreis.”

“Mensen moeten weer beter gaan nadenken over het pad van de producten die door hun handen gaan. Hoe wordt het gemaakt? Wat gebeurt er met het afval? Wat kan je nog doen met het afval? Hoe kun je genieten (want genieten mag!) en tegelijkertijd gebruiken in plaats van verbruiken? Als je iets gebruikt blijft er iets over voor later, als je iets verbruikt is het eindig. Afval. Zuinig zijn was vroeger een deugd, nu is zuinig vaak hetzelfde als gierig; en dat terwijl het juist milieuvriendelijk is.

In haar werk als VVD-Statenlid in de provincie Zuid-Holland richt Marijke van Dobben de Bruijn zich onder meer op het thema transitie. Dit is bijvoorbeeld het behouden van beeldbepalende gebouwen voor een andere bestemming dan het oorspronkelijke doel. “Door gemeentelijke herindelingen staan er veel gemeentehuizen leeg. En wat dacht je van kerken en postkantoren? Vaak is het prijzig om deze panden te restaureren. Om deze reden is het ook moeilijk om ze te verkopen. Ik vind het belangrijk om te proberen deze delen van onze cultuurgeschiedenis te behouden.”

“We hadden in Nederland de aardgasbaten moeten besteden, zoals ze dat nu in Noorwegen doen met de opbrengsten van olie en gas. Daar wordt het geld gestoken in infrastructuur, in onderwijs en onderzoek. In Nederland hebben we de aardgasbaten niet gebruikt om te investeren. We hebben alles opgegeten.” Marijke vindt dat we meer geconsumeerd hebben dan we verdienen. “We geven teveel uit, ooit moet die rekening betaald worden.”

Op mijn vraag of dit de mensen gelukkiger heeft gemaakt antwoordt ze dat ze er soms van schrikt hoeveel mensen er last hebben van onvrede en overgewicht. Ze vindt de manier waarop we zijn gaan eten niet goed: we kopen en eten teveel. Ook zijn we onrustig geworden van de zoektocht naar steeds iets nieuws. “Vroeger was er een ritme in het leven. Je had geen chrysanten in het voorjaar en pas rond deze tijd van het jaar kreeg je zin in zuurkool. Mensen aten seizoensproducten. Een vast ritme is goed voor mensen”.

Terugblikkend op haar studententijd begin jaren ’60 merkt ze op dat studenten toen weinig luxe kenden. Een klein oliekacheltje moest haar kamer warm houden in de extreme winter van ’62-’63. Ook toen was er nog weinig huisvuil. Het melkmeisje, de groenteboer en de visboer kwamen langs de deur en dus was er weinig verpakkingsmateriaal nodig. De lege melkflessen werden gewoon meegenomen en weer gevuld. Het was in die tijd voor meisjes nog bijzonder om te mogen studeren en dus werd er veel belang gehecht aan het iets terug doen voor mensen die het minder getroffen hadden. Marijke was eens per week vrijwilliger in het ziekenhuis. Ook maakten de studentes zelf Sinterklaascadeautjes voor de kinderen in de stad. Zo werden de studentes deel van de samenleving. “Jonge mensen waren toen even ondeugend of ondernemend als ze nu zijn. Maar er waren toen wel meer kansen om te reizen en de wereld te ontdekken; de wereld was nog een beetje veilig. We waren voorzichtig, maar niet bang.”

De rode draad in ons gesprek is het woord ‘warenkennis’. Ik ben onder de indruk van hoeveel Marijke weet over eten, hoe inventief en creatief ze is in het bedenken van nieuwe gerechten met de simpelste ingrediënten en ook hoe onafhankelijk haar dit lijkt te maken. “Ik ben soms verbaasd over hoe weinig mensen weten hoe makkelijk en leuk het is om rond te komen met weinig. Ik denk dat als mensen zichzelf de vraag stellen wat ze zelf kunnen doen om minder impact te hebben op hun leefomgeving, ze daar veel voor terug krijgen. Als je je inspant om de benodigde kennis hiervoor op te doen kan je veel met weinig. Gemak is duur.” Ze geeft me haar recept voor kastanjesoep.

Het huis van Marijke is een toonbeeld van duurzaamheid. De meubels zijn ooit gemaakt om lang mee te gaan. Ze stralen rust uit. Her en der staan stekjes van planten: “Het is uiterst rustgevend om naast mijn werk in de tuin te werken of om planten te stekken en te zien hoe ze groeien.” De koude hal wordt afgeschermd door een dik gordijn dat ze zelf maakte. Het temperatuurverschil met de woonkamer is duidelijk te voelen als ik mijn koude jas aantrek. Ik bedank Marijke Van Dobben de Bruijn voor het inspirerende gesprek en loop terug naar het station.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Zin in zuurkool

  1. juan maldonado zegt:

    Ofschoon er heel wat goede elementen zitten in de leef- en denkwijze van de jaren 50 (en we er derhalve eea kunnen uit leren of overnemen), moeten we ons hier toch hoeden voor een opkomende trend om alles uit die tijd te verheerlijken. Op den duur kan dit ons terug doen afglijden naar een ‘moeder aan de haard’ mentaliteit. Belangrijk is om conscientieus om te springen met de mogelijkheden die in de daaropvolgende decennia geschapen werden door technologie. En niet in de val trappen van consumentisme. De overheden, maar ook de ondernemingen kunnen hierbij een zeer voorname rol spelen, als voorbeeldfunctie, voortrekker en regulator.

  2. Geke Kiers zegt:

    Mooi verhaal over Marijke. Ik verwonder me erover dat er zoveel mensen zijn voor wie duurzaam leven een tweede natuur is. Niet omdat ze zo nodig hip willen zijn, maar omdat ze altijd al respect hebben gehad voor spullen en eten. Sober leven, maar toch genieten.

  3. Helen roeten zegt:

    Mooi verhaal.sluit mooi aan bij de aktie :duurzaam eten bij#7di020.7days of inspiration upgrading à country in 7 days.landelijke acties.een dag staat voeding centraal.in Amsterdam gaan we per stadsdeel duurzaam koken.jong voor oud met biologisch voedsel.kinderen en jongeren koken die dag voor bejaarden en zieken in de buurt.tijdens het eten vertellen we elkaar over voedsel toen en nu.kijk op boerenstadswens.nl voor meer informatie.ik hoop jullie ook te ontmoeten ergens aan tafel.dit verhaal laat zien hoe goed verhalen werken en wat er te leren valt uit die verhalen.ik haal de wekflessen weer uit de koelkast en zoek de lokale boer op voor boodschappen.groet helen roeten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s